Jun 26

Een bekend deuntje vond ik het wel. Verder stond ik er niet bij stil. Moest al genoeg moeite doen om de tekst in m’n kop te stampen. De Taste hymne. Het ‘clublied’ van de studentenvereniging waar ik me bij aansloot, bijna elf jaar terug. De club met de leukste mensen, zich allemaal niet bewust van de geschiedenis achter de tonen van het lied.

Maar nu? Een feest van herkenning. Terwijl ik me installeer op de bank, merk ik dat ik meezing op de tonen van het Russische volkslied. “De richting van vriendschap, en vrijheid vooral!” En hoewel ik Spanje toe heb gedicht het EK te winnen, maakt de herinnering aan die mooie tijd dat ik zachtjes fluister: “Hup Rusland!”

Mar 17

Iedere dag leg ik de 44 kilometer tussen Enschede en Lichtenvoorde twee keer af. Ik rijd dan via Duitsland. Regelmatig valt het me dan op dat Nederlanders een stuk minder gedisciplineerd aan het verkeer deelnemen dan Duitsers. De Duitse medeweggebruikers geven voorrang, houden zich aan de snelheid (als die wordt aangeduid) en stoppen voor een STOP-bord. Nederlandse chauffeurs nemen dat minder nauw.

Niet alleen voor mensen geldt dat, zo bemerkte ik vandaag. Nee, ook voor eenden. Want voor de vierde keer in een week tijd zag ik in de berm bij een drukke kruising een moedereend met haar zes kuikens. Ze blijven keurig van de weg, waardoor het gezin nog altijd volledig is. Een prestatie die menig Nederlandse moedereend niet nadoet. Noch een prestatie die opgaat voor andere dieren in Duitsland, want ook vandaag zag ik weer drie soorten. Ondefinieerbaar, want zo plat als een dubbeltje. Vast aangereden door een Nederlander…

Feb 19

Wiro schijnt ook het merk van een schoonmaakmiddel te zijn. Het bestaat al sinds 1948. Zuslief zag het op de huishoudbeurs. De reactie van Jud is alleszeggend: “Als het Wiro heet, kan het nooit goed schoon maken.”

Feb 17

Tatjana gaf een spetterend optreden weg, zagen we op televisie. Toen ze klaar was met zingen stelde de presentator haar een vraag. Tatjana keek even naar haar microfoon en vroeg toen: “Staat ‘ie wel aan, jongens? Oh ja…” 

Feb 03

Het begon op eerste kerstdag: jeuk. Zo erg dat ik de dag na kerst de huisarts belde. Niet mijn eigen; die was op vakantie. De plaatsvervanger had nog wel een gaatje voor me. Meer dan tien jaar terug zag ik voor het laatst een echte huisarts, daarna slechts een keer een assistente. Wat ik moest verwachten was me dan ook niet duidelijk. De arts bleek nog in opleiding te zijn. Niet een oude grijsaard, maar een jonge blondine in een spijkerbroek. “Hoe denk je dat ik je kan helpen?” vroeg ze. Ik gaf aan dat ik juist langskwam voor het antwoord op die vraag. Haar almanak bood gelukkig uitkomst: galbulten. Via Google vond ze snel het medicijn en een apotheek in de buurt. Nog confuus van het bezoek pendelde ik naar de apotheek. Een verkoelend smeermiddel en wat pillen voor een week kreeg ik mee naar huis. Daar legde ik ze op een handige plek. En daar liggen ze nog steeds. Want de jeuk, die was verdwenen. Kwam ook niet meer terug. Tot nu. Want nu ik erover schrijf begint er iets te kriebelen.